• Save
Beginner,  Beleggen

Beleggen 101: Alles wat je nu wil weten over beleggen.

Nu de spaarrente – al vrij lang – zo laag staat hoor je het steeds vaker: je zou moeten gaan beleggen. Maar is beleggen niet heel gevaarlijk? Denk maar aan al die crashes: 2008, 1929, 2000, 1636 (“tulpenmanie”: Google is je vriend), ga zo maar door.

Aan de andere kant, sparen levert zó erg niks op, dat het misschien toch eens tijd wordt om naar dat beleggen te kijken. 

In dit artikel behandelen alles wat je nu wilt weten over beleggen. Hier beantwoorden we vragen als “wat is beleggen en hoe moet dat?”, “waar moet je op letten voor je gaat beleggen?” en “welke beleggingen passen het beste bij mij?”. 

In dit artikel:

Wat is beleggen (en wat is het níet)?

De essentie van ‘beleggen’ is heel simpel en vrij breed: je geld ergens in stoppen zodat het meer waard wordt of een inkomen oplevert (of allebei natuurlijk). Het is daarom eigenlijk ook veel beter om van ‘investeren’ te spreken dan van ‘beleggen’: de Engelse vertaling van ‘beleggen’ is niet voor niets ‘investing‘.

Zo bekeken is sparen dus eigenlijk ook beleggen, maar dan in een vrij slechte belegging: je krijgt zo goed als geen rendement op je belegging.

De grote tegenhanger van beleggen als investeren is ‘speculeren’, en de twee worden vaak met elkaar in de war gebracht. Het grote verschil tussen de twee heeft te maken met de houding ten opzichte van de markt en het algehele doel van beleggen.

Een investeerder doet onderzoek naar een investering, weet wat zij koopt en heeft realistische verwachtingen over de prestatie van haar investeringen. 

Een speculant (of speculeerder, of speculateerder, of speculantitor (een nog verder te ontwikkelen Marvel-villain, red.)) is daarentegen een stuk roekelozer, loopt veel meer risico en wil graag op korte termijn zo veel mogelijk geld verdienen. 

Eigenlijk komt het hier op neer: speculanten zijn mensen die proberen met koersschommelingen geld te verdienen, investeerders zijn mensen die hun geld voor hen willen laten werken

Voorbeelden van speculeren zijn bijvoorbeeld het kopen van Bitcoins of handelen in derivaten (financiële instrumenten die afgeleid zijn van iets anders) zoals CFD’s, opties en futures. Bij beleggingen kan je denken aan het kopen van bedrijven (in zijn geheel of in delen), het verstrekken van een lening of het aankopen van een mooi schilderij.

Hoe werkt beleggen?

Als je belegt steek je je geld in iets dat een bepaald rendement geeft. Je rendement is wat je hebt verdiend met een belegging (als je €1.000 ergens inlegt en er €1.060 uit haalt, dan heb je een rendement van €60, of 6%). 

De magie van het beleggen is dat je rente op rente kunt verdienen, wat ze in het Engels “compounding” noemen. 

Bij compounding zorgt exponentiële groei ervoor dat de waarde van iets in steeds hoger wordend tempo toeneemt. In geval van beleggen is het redelijk om zo’n 7% per jaar te verwachten. 

Stel je voor dat je nu €2.000,- inlegt en er elke maand weer €100,- bij doet. Dit blijf je doen tot je met pensioen kan (stel dat je nu 21 bent), dus ongeveer 46 jaar. Wat krijg je dan? Via een rekenmachine online (even googlen naar “compound interest calculator”) komen we erachter dat er op je oude dag €438.814,51 op je ligt te wachten. 

En dat is naast je gewone pensioen, zonder extra te moeten werken.

Geld verdienen met geld kan op twee manieren: door je geld aan anderen te geven, of door goederen te kopen die in waarde stijgen of dalen. Dat eerste kan je weer verdelen over twee verschillende benaderingen: door iemand een lening te verstrekken of door deels eigenaar te worden van een project/bedrijf en een deel uit de opbrengst te ontvangen. In het andere geval spreken we over het aankopen van goederen (ook wel bekend als commodities).

Bij het verstrekken van geld aan anderen in de vorm van een lening kan je denken aan dingen als (bedrijfs)obligaties, (persoonlijke) leningen, spaardeposito’s of spaarrekeningen, etc. Wil je liever ook een deel van de winst ontvangen, dan moet je kijken in de richting van aandelen of vastgoedprojecten. Voorbeelden van goederen zijn olie, goud, wijn, auto’s, graan, etc.

Actief v.s. Passief Beleggen

In de wereld van beleggen wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen twee soorten beleggers. Aan de ene kant heb je de actieve belegger, die iedere dag bezig is met de huidige koers van zijn aandelen en onophoudelijk op zoek is naar nieuwe beleggingsmogelijkheden. Hij is actief betrokken bij de markt en de ontwikkelingen daarop.

Daar tegenover staat de passieve belegger. Deze heeft een stuk meer afstand tussen de markt en zichzelf. Een passieve belegger houdt meestal een ‘buy-and-hold’ strategie aan, wat betekent dat hij een bepaald aandeel koopt en het eigenlijk niet meer verkoopt. De passieve belegger houdt zich niet zo bezig met de laatste stand van de aandelenkoers of het laatste nieuws omtrent zijn bedrijf.

Dit is de klassieke scheiding tussen deze twee beleggersprofielen: hoe meer je bezig bent met de markt, hoe actiever je bent als belegger. Maar op deze website wordt een andere scheiding gehanteerd. Deze scheiding is ook te vinden in het boek van Janneke Willemse (“Blondjes Beleggen Beter“, 2020, inleiding).

In zekere zin staat het principe van ‘afstand tot de markt’ nog steeds wel centraal in de scheiding van beide profielen, maar heeft deze een hele andere betekenis. Het verschil tussen de actieve en passieve belegger zoals deze website het gebruikt heeft te maken met de vraag of iemand specifieke, individuele beleggingen koopt (zoals losse aandelen, obligaties, goederen, huizen, etc.), of dat hij gebundelde beleggingen koopt (zoals beleggingsfondsen of ETF’s).

De scheiding wordt op deze basis gemaakt omdat beide benaderingen andere risico’s met zich meebrengen en een andere strategie vereisen. Een actieve belegger moet uitgebreid onderzoek doen naar een belegging en zich heel erg verdiepen in ingewikkelde en moeilijk te voorspellen zaken zoals de concurrentiepositie van een bedrijf en de toekomst van de markt. De passieve belegger kiest zijn rol juist omdat het dit soort dingen niet wil doen. 

Beide profielen brengen een andere de hoeveelheid risico en potentieel rendement met zich mee. De passieve belegger loopt minder risico vanwege zijn strategieën van gespreid inleggen en periodiek inleggen (zie hieronder, bij “methodes van risicobeperking”). Als gevolg van die spreiding moet hij wel inleveren op potentieel rendement. 

Het rendement van de actieve belegger kan veel hoger uitvallen, maar is totaal afhankelijk van zijn eigen prestaties: met Berskhire Hathaway hebben Buffett en Munger nu bijvoorbeeld zo’n 20% per jaar behaald (bron). Dat is veel meer dan de markt heeft gedaan, maar daarvoor moet je wel meer risico lopen. Vooral het risico van gebrek aan kennis speelt hier een grote rol (zie hieronder bij “Wat is het risico?”). Kennis en vaardigheid zijn hier doorslaggevend en om dat te bereiken moet je veel geduld en tijd hebben om het te leren goed te doen.

Wat is het risico?

Zeg je ‘beleggen’, dan denk je gelijk aan ‘risico’. Maar wat is dat risico precies? En is het zo gevaarlijk als we denken? Net als bij veel dingen in het leven wordt iets minder eng als je het eenmaal leert kennen.

Twee soorten risico

We kunnen twee soorten risico onderscheiden die gerelateerd zijn aan de scheiding van beleggersprofielen hierboven. Aan de ene kant loop je risico door externe factoren, zoals de micro-, meso-, en macro-economie. Je weet nooit welke kant de wereld op gaat en wat dit betekent voor de economie. 

Ten tweede is er een risico dat afkomstig is van een gebrek aan kennis: je hebt iets over het hoofd gezien. Deze is vooral van toepassing op de actieve belegger, aangezien haar arsenaal van kennis van veel grotere invloed is op haar prestaties.

Voor beide risico’s geldt wel het volgende. 

Allereerst is er de mogelijkheid dat we ons geld, of een deel ervan, verliezen omdat een belegging helemaal niets meer waard is: het bedrijf is bijvoorbeeld failliet gegaan. Daarnaast spreken we ook over de mogelijkheid dat onze inleg minder waard wordt. Dit lijkt misschien hetzelfde, maar dat is het niet. 

Het verschil zit hem in je cash: wat er in je portemonnee zit of op je betaalrekening staat. Als je belegging minder waard wordt heb je in principe namelijk nog geen geld verloren. Dat gebeurt pas op het moment dat je die belegging tegen die prijs verkoopt en omzet naar cash. 

Beide risico’s zijn natuurlijk niet wenselijk, maar het is goed om hier alvast bewust van te zijn. Je échte verlies (of winst) lijd je pas als je je beleggingen verkoopt. 

Beleggen is vooral eng vanwege de eerste vorm van risico: de externe factoren. Aangezien je geen invloed hebt op deze factoren en je nooit zult kunnen voorspellen wat andere mensen zullen gaan doen, ben je als het ware overgeleverd aan deze krachten. Maar tegen deze krachten zijn gemakkelijke verdedigingen op te stellen, die vind je hieronder.

De tweede opvatting van risico is niet beter geformuleerd dan door Warren Buffett:

"Risk comes from not knowing what you're doing."
warren-buffett
  • Save
Warren Buffett
Het 'Orakel van Omaha'.

Als je niet weet waar je aan begint, welk spelletje je moet spelen, ben je veel kwetsbaarder dan wanneer je dat wél weet. Zo geldt het voor beleggen ook. In principe is deze vorm van risico dus niet exclusief toepasbaar op de actieve belegger: ook de passieve belegger moet een beetje weten wat ze doet. 

Maar het risico van de passieve belegger, of de benodigde kennis om dit risico op te heffen is vrij snel verholpen. Het enige wat de passieve belegger moet weten is: groeit de markt over de lange termijn? Het simpele antwoord is: ja, altijd. De reden hiervan is dat het gehele wereldwijde economische systeem gestoeld is op groei. 

Voor de actieve belegger zijn meer en ingewikkeldere vragen relevant: “is de CEO te vertrouwen?”, “zal er over 30 jaar nog vraag zijn naar het product van dit bedrijf?”, dat soort vragen. Het vermogen antwoord te geven op dit soort vragen scheidt het kaf van het koren. Buffett en Munger zijn zo verschrikkelijk rijk omdat ze heel goed zijn in dit spel van actief beleggen: ze weten welke vragen ze moeten stellen en beantwoorden.

Methodes van risicobeperking

De eerste methode die we hebben om ons risico te beperken is dus: kennis opdoen. Door beter te weten wat we doen vangen we twee vliegen in één klap. In de eerste plaats neemt ons risico aanzienlijk af en tegelijkertijd vergroot het ons zelfvertrouwen om mee te spelen.

Daarnaast is de aloude strategie om risico te beperken dat je vooral niet al je geld op een paard moet wedden. Deze strategie is vooral voor de passieve belegger belangrijk, maar ook de actieve belegger moet hier niet in slaap vallen. Je moet je inleg spreiden (diversificatie, met een duur woord). Dit spreiden gaat op verschillende manieren. 

Allereerst spreid je je inleg over verschillende beleggingscategorieën. Je verdeelt je geld dus over obligaties, aandelen, goederen of vastgoed. Zo zorg je ervoor dat een daling van één onderdeel van je portefeuille (de verzameling van al je beleggingen) geen grote gevolgen heeft voor je totale vermogen.

Maar ook binnen die categorieën kan je spreiden over verschillende industrieën of verschillende geografische gebieden. Wat nou als producenten van luxe-artikelen een slechte periode hebben, maar die van noodzakelijke levensmiddelen niet?

Naast dit spreiden over beleggingen is er ook nog een vorm van spreiden over de tijd, wat dollar-cost averaging genoemd wordt. Dit betekent dat je iedere periode hetzelfde bedrag inlegt (in euro’s), om jezelf te beschermen tegen ‘instappen’ (dat wil zeggen: kopen) op het verkeerde moment. 

Met dollar-cost averaging zorg je ervoor dat de kosten voor het aankopen van al je aandelen verspreid wordt over de tijd en dat je dus een gemiddelde pakt. Zo ben je minder kwetsbaar voor gigantische verschillen in de prijs. 

Op die manier maak je misschien niet optimaal gebruik van de koersschommelingen, maar het is toch vaak bewezen dat het “timen van de markt” niet werkt (bron, bron en bron). En als dit wel zou werken, dan zou elke stijging of daling heel erg veel met je gemoedstoestand doen, dat is niet bepaald financiële rust.

Waarin kan je beleggen?

Nu dat uit de weg is: waar kunnen we ons geld dan allemaal in investeren? Er zijn heel erg veel mogelijkheden, variërend in risicoklasse en in ingewikkeldheid (wat eigenlijk op hetzelfde neerkomt, zoals we juist hebben gezien). Hieronder staan de belangrijkste mogelijkheden, verdeeld over twee categorieën: Veilige investeringen en Groei-investeringen (in navolging van Robbins (2014)).

Bij de eerste categorie ligt de nadruk op het eerste deel van Graham’s wijsheid: “promises safety of principle”. Het behoud van je inleg is dus belangrijker dan het behalen van een rendement. Dat laatste is waar de tweede categorie over gaat.

Veilige investeringen

Cash-geld spreekt redelijk voor zich. Als we over cash-geld spreken, dan hebben we het over geld dat in je portemonnee zit en je op je betaalrekening hebt staan. 

Als investering is cash-geld niks waard, aangezien de jaarlijkse inflatie ervoor zorgt dat je minder kunt kopen met dezelfde euro’s. Je gaat er dus op achteruit.

Er zijn ook financiële instrumenten die zo snel te verkopen zijn (dat betekent dat ze heel ‘liquide’ zijn) dat ze als cash kunnen worden gezien. Je spaarrekening is hiervan een goed voorbeeld.

Naast je spaarrekening bestaat er ook nog zoiets als een geldmarktfonds. Dit is een verzameling van allerlei heel erg kortlopende obligaties en leningen die een laag rendement bieden, maar waar je investering heel snel om te zetten is in cash.

Geldmarktfondsen kan je zelf niet zo snel aankopen, maar worden vaak door brokers, pensioenfondsen en andere grote beleggers gebruikt om hun (of jouw) cash in te bewaren.

Obligaties zijn eigenlijk leningen. Specifieker nog, een obligatie (zoals het woord eigenlijk ook betekent) is een verplichting om iemand terug te betalen. Als ik een obligatie uitgeef aan jou, dan heb ik een verplichting aan jou om je terug te betalen. 

Een obligatie heeft vier onderdelen:

1. De nominale waarde (hoeveel je uitleent).

2. De couponrente (wat je ervoor terugkrijgt).

3. De looptijd (waneer je je inleg weer terug krijgt).

4. De periodieke betaling (wanneer de rente wordt betaald).

Obligaties worden gezien als veilige investeringen omdat je contractueel laat vastleggen dat iemand je móet terugbetalen. De veiligheid van een obligatie valt of staat natuurlijk met de financiële staat van degene die de obligatie uitgeeft. De veiligste obligaties zijn daarom die van een financiële stabiele overheid (Nederland, Frankrijk, de VS, Duitsland). 

Om aan te geven hoe stabiel de overheid van een land is zijn er zogenaamde rating agencies in het leven geroepen, kredietbeoordelaars. De bekendste zijn Moody’s en Standard & Poor’s. Zij hebben een systeem ontwikkeld waarop ze de veiligheid van kredietverstrekkers (mensen en instellingen die geld uitlenen) bepalen aan de hand van letters, waarbij AAA het hoogste is en D (of C, in het geval van Moody’s) het laagste. AAA is dus het veiligst, en D is het meest onveilige. 

Mocht je nou je geld wat langer kunnen missen (zeg 3 maanden), dan kan je het vastzetten bij een bank voor een iets hoger rendement. Dit noemen ze een “spaardeposito”.

Veel banken bieden zo’n deposito aan. De afspraak is dat je jouw geld aan de bank geeft, en belooft het niet eerder terug te vragen dan je had afgesproken met de bank (bijvoorbeeld na 3 maanden). Om in jouw ongemak tegemoet te komen bied de bank jou een hogere rente op dat geld.

In dit geval weet je zeker dat je jouw geld weer terug krijgt, aangezien de bank dat heeft beloofd. Stel nou dat de bank in de tussentijd failliet raakt, dan is er nog het Nederlandse “depositogarantiestelsel” waarin staat dat al jouw inleg tot €100.000,- is verzekerd door de Nederlandse overheid: als de bank niet kan betalen, dan doet de staat dat.

Het probleem bij deze deposito’s is alleen dat ze net zo gevoelig zijn voor de algemene rentestand als alle andere spaarrekeningen en dus niet extreem veel kunnen opleveren. Als de rente op de spaarrekening daalt, dan daalt ook de rente op een depositorekening. Het voordeel is wel dat de rente op jouw depositorekening niet kan veranderen in de periode dat jij het geld hebt uitgeleend.

Gestructureerde producten, soms ook wel “gestructureerde notes” of “gestructureerde obligaties” genoemd, zijn wat ingewikkeldere beleggingen. Niet alle banken geven ze uit en ze zijn ook iets minder goed te vinden dan andere beleggingsproducten. 

Deze benaming is een verzamelnaam voor veel verschillende samengestelde beleggingsproducten. Een gestructureerd product is niet gebonden aan een specifieke definitie en bijbehorende rechten of plichten. Dat betekent dat ze ook in beide categorieën thuishoren: als je eenmaal hebt begrepen hoe een bepaald product werkt kun je hele veilige gestructureerde producten vinden (met ‘kapitaalbescherming’), maar er zijn ook risicovollere varianten.

De veilige variant van dit soort producten zijn bijvoorbeeld obligaties waarvan de rente gebonden is aan een aandelenmarkt én waarbij bescherming van inleg wordt gegarandeerd. Het is eigenlijk een obligatie waarvan de couponrente bepaald wordt door de markt. Zo heb je dus niet de ‘downside’ van de markt, dat wil zeggen: je verliest geen geld doordat je inleg minder waard wordt, maar wel de ‘upside’: je verdient extra als de markt stijgt.

Ook hier geldt natuurlijk dat de garantie slechts zo sterk is als de instelling die ze uitgeeft. Vaak is het hier niet zo dat je inleg ook nog onder het depositogarantiestelsel valt. Je inleg is dus minder sterk verzekerd dan bij andere veilige opties.

Voor meer over gestructureerde notes kan je bijvoorbeeld hier kijken, bij de ING, of hier, bij BNP Paribas. Voor een klein artikel over een specifiek gestructureerd product van de ING kan je hier eens een kijkje nemen. Voor wat meer informatie kan je altijd bij Investopedia terecht, een super goede website over beleggen.

Groei-investeringen

Dit zijn misschien wel de meest bekende instrumenten als het gaat over beleggen.

Aandelen zijn stukjes eigendom van een bedrijf. Een bedrijf dat geld nodig heeft om projecten op te starten kan bij andere mensen vragen of ze willen investeren. In ruil daarvoor zijn de eigenaren van het bedrijf bereid jou deels mede-eigenaar te maken. 

Als eigenaar van het bedrijf heb je vervolgens twee rechten: de eerste is recht op de winst van het bedrijf (dividend genoemd), en ten tweede heb je recht op inspraak over het reilen en zeilen van het bedrijf. Dit laatste wordt bepaald aan de hand van een stemrecht: elk aandeel heeft één stem die uitgebracht kan worden tijdens zogenaamde ‘aandeelhoudersvergaderingen’. 

Dit eigenaarschap van een bedrijf wordt bij zogenaamde “naamloze vennootschappen” vrij verhandeld op de beurs. In Nederland zijn er drie belangrijke indices waarin zo goed als alle Nederlandse aandelen zijn verzameld: de AEX, de AMX en de AScX. In deze indices zijn de Nederlandse bedrijven opgenomen op basis van diens omvang, met de 25 grootste bedrijven van Nederland in de AEX.

Je kunt direct in individuele aandelen beleggen, via je eigen bank of via brokers zoals DeGiro of BinckBank, maar je kunt ook in instrumenten beleggen die een heleboel aandelen bundelen. Deze instrumenten worden beleggingsfonden genoemd, waarmee je in één pakket een hele verzamelingen aandelen (of obligaties of iets anders) kunt kopen. Welke aandelen er in het pakket zitten, kan op allerlei verschillende manieren bepaald worden: op basis van industrie, land, duurzaamheid, sector, bedrijfsomvang, etc.

Deze instrumenten staan bij zowel de risico- als bij de groei-categorie. Dat komt doordat het risiconiveau van obligaties heel erg kan verschillen. 

Naast dat landen obligaties kunnen uitgeven, kunnen namelijk ook bedrijven dat. Als een bedrijf geld nodig heeft maar het wil geen nieuwe aandelen uitgeven, dan kan het (naast een lening afsluiten met private investeerders zoals banken) ook obligaties uitgeven.

Deze obligaties werken op dezelfde manier als de staatsobligaties, maar zijn iets risicovoller. Deze obligaties vallen namelijk niet onder het depositogarantiestelsel. Als een bedrijf failliet gaat kan het dus zo zijn dat je je geld niet meer terugkrijgt. Het voordeel t.o.v. aandelen in het bedrijf is wel dat je hoger op de “terugbetaal-lijst” staat als het bedrijf inderdaad faillissement aan vraagt.

Hier tegenover staat uiteraard wel weer een hogere rente, die minder kwetsbaar is voor de stand van de rente bij de nationale of federale banken. Bedrijven kunnen immers zelf bepalen hoeveel rente ze bieden op een obligatie.

Beleggen in bedrijfsobligaties is in de financiële wereld een omstreden onderwerp: als je toch al vertrouwen hebt in dat het bedrijf financieel goed in elkaar zit, waarom koop je dan geen aandeel in dit bedrijf?

De derde categorie van groei-beleggingen is die van het vastgoed: gebouwen.

Koophuizen vallen hier vanzelfsprekend onder, maar je kunt ook denken aan bedrijfskantoren of opslagruimtes. Het bedrijfsmodel dat bij vastgoed hoort is een van de meest simpele modellen: koop een gebouw en verhuur dat. 

Je kan je geld op twee manieren uitgeven aan vastgoed. Allereerst is er directe aanschaf (als je het geld hebt): je koopt een volledig (woon)huis of appartement, of je koopt een ander gebouw zoals een kantoorpand of een loods. Dit gebouw verhuur je vervolgens zelf aan bedrijven of individuen die gebruik willen maken van de ruimte.

Daarnaast kan je beleggen in zogenoemde vastgoedfondsen. Dat zijn bedrijven die zich bezig houden met het aanschaffen en verhuren van (vaak commerciële) gebouwen. Zij (bijvoorbeeld WDP, Wereldhave, of Vastned) kopen grote kantoorruimten, winkelruimtes of loodsen en verhuren die dan weer aan andere bedrijven.

Als laatste kan je je geld steken in beleggingsfondsen van banken die voor jou dan aandelen van vastgoedbedrijven kopen. 

Je hebt op het nieuws vast wel eens gehoord over een stijgende of dalende olieprijs. Olie is een van de beste voorbeelden van beleggen in grondstoffen (commodities, in het Engels). Je kunt namelijk instrumenten kopen die gekoppeld zijn aan de wereldwijde prijs van een vat olie, maar naast olie kan je ook beleggen in edelmetalen of andere grondstoffen zoals graan.

Je kunt natuurlijk deze producten direct in huis halen (zoals goud kopen), maar ook op de aandelenmarkt kan je producten kopen die de prijs van deze grondstoffen volgen. Zo kun je toch winst en verlies maken op grondstoffen zonder die grondstoffen zelf in bezit te hebben.

Als je denkt dat de prijs van de dollar t.o.v. de euro gaat veranderen in de komende tijd kan je ervoor kiezen om nu het ene valuta te kopen om zo een koerswinst te pakken.

Beleggen in valuta is pure speculatie, aangezien je alleen maar geld kunt verdienen en verliezen vanwege koersstijgingen of -dalingen. Er is geen intrinsieke waarde te vinden in de cijfers op je computer, of aan de papiertjes in je portemonnee. 

Naast de bekende overheidsvaluta als de Euro, Dollar, Yen, of Roebel zijn er tegenwoordig ook zogenaamde crypto-valuta of cryptocurrencies als Bitcoin of Litecoin. Voor deze valuta gelden andere regels die bepalen hoe ze werken, maar nog steeds is het heel erg de vraag waarin de (monetaire) waarde van deze valuta nu besloten ligt. Het speculatieve element is bij deze valuta veel groter dan bij andere klassieke valuta, wat voor veel grotere en snellere koersschommelingen zorgt.

Auto’s, wijn, kunst, fietsen, muziekinstrumenten, noem het maar op: al dit soort dingen vallen onder de categorie van verzamelobjecten. Beleggen in dit soort dingen is zeer vergelijkbaar met het beleggen in grondstoffen als edelmetalen. Ze zijn tastbaar en hebben een zekere intrinsieke waarde. Als geld niet meer gebruikt wordt, dan zou er nog gehandeld kunnen worden met dit soort waardevolle objecten, net zoals dat met edelmetalen kan.

Maar je zou ze ook kunnen vergelijken met beleggen in valuta: de enige manier waarop je er geld aan kan verdienen is als ze meer waard worden, als de koers stijgt. Beleggen in verzamelobjecten is dus ook een stuk speculatiever van aard. Het verschil is dat ze nog wel íets waard zijn: de materialen waarvan ze gemaakt zijn verdwijnen niet zomaar.

Wil je hierin beleggen, dan moet je veel weten over de specifieke objecten waar je in wilt beleggen. Deze objecten kan je vervolgens aan- en verkopen op speciale markten en beurzen.

Deze producten hebben we bij “Veilige investeringen” ook al behandeld, omdat ze ook in risiconiveau verschillen (net zoals obligaties). 

Sommige gestructureerde producten bieden geen bescherming van inleg, zoals de veiligere varianten doen, maar leveren wel een hoger potentieel rendement.

Succes in deze laatste categorie valt of staat dus exclusief bij het begrip van degene die de producten koopt. Als je hierin wilt beleggen moet je alle bijbehorende documenten grondig doorlezen en voor jezelf het scenario (of de scenario’s) waarin je al jouw inleg verliest heel duidelijk maken. Hoe waarschijnlijker het is dat dat scenario zich zal voltrekken, hoe groter het risico.

Waar kan je beleggen?

Als je nu aan de slag wilt met beleggen vraag je je waarschijnlijk af waar je dit kunt doen. Waar kan je aandelen, obligaties en beleggingsfondsen kopen?

Voor dat je daaraan begint is het aan te raden om je eerst wat beter in te lezen, zodat je erachter kunt komen welke vorm van beleggen het beste bij jou past: actief of passief.

Verder naar de orde van dit deel: waar kan je nou beleggen?

Om te beginnen kan je allerlei instrumenten (aandelen, fondsen, obligaties, grondstoffen, etc.) hoogstwaarschijnlijk kopen bij jouw bank. Elke bank heeft een beleggingstak, maar die verschilt qua vorm heel erg per bank. 

De meeste klassieke banken bieden vaak twee varianten aan: Zelf Beleggen of Beheerd Beleggen (soms met andere benamingen). Deze namen spreken eigenlijk voor zich. Wil je graag zelf individuele fondsen e.d. aanschaffen, dan moet je zelf gaan beleggen. Laat je liever een ander het voor je doen, dan is beheerd beleggen iets voor jou. Hoeveel controle je over je geld houdt hangt af van de afspraken tussen jou en de vermogensbeheerder. 

Maar naast de gewone banken zijn er ook online brokers. Dit zijn platforms die exclusief gericht zijn op beleggen. Ze leggen de focus op een goede verbinding met de markt en bieden allerlei hulpmiddelen en overzichten om alle koersen en je eigen portefeuille goed in de gaten te kunnen houden. Deze brokers zijn vaak alleen ingericht op mensen die zelf willen beleggen, van Day-Traders tot lange-termijn beleggers.

Hieronder staat een schema van een paar van de belangrijkste banken en brokers. Daarbij is ook aangegeven of deze beter past bij de actieve of passieve belegger en er staan wat bijzonderheden vermeld. Niet alle banken en brokers staan hier tussen, de lijst wordt dan té lang. 

Instelling

Beleggersprofiel

Bijzonderheden

Link

ing-logo
  • Save

Actief en Passief

logo-abn-amro
  • Save

Actief en Passief

logo-rabobank
  • Save

Actief en Passief

logo-sns
  • Save

Passief

Je kunt in 5 door ASN samengestelde fondsen beleggen. Dit doe je zelf.

logo-asnbank
  • Save

Passief

Nadruk op duurzaamheid. Alleen beleggen in fondsen mogelijk, zelfstandig of beheerd. Belastingvoordeel.

logo-triodos-bank
  • Save

Passief

Nadruk op duurzaamheid. Niet beursgenoteerd. Beleggen in kleine particuliere bedrijven. Belastingvoordeel.

logo-knab
  • Save

Passief

Alleen vermogensbeheer. Laagdrempelig. Ingericht op periodiek beleggen.

logo-binck-bank
  • Save

Actief en Passief

Broker. Gericht op zowel daytraden als passief beleggen en pensioenopbouw. Onderdeel van Saxo Bank.

logo-degiro
  • Save

Actief

Exclusief voor actieve beleggers. Eenvoudig platform voor toegang tot de markt. Misschien wel de goedkoopste broker.

logo-lynx
  • Save

Actief

Veel aandacht voor daytrading. Veel cursussen en informatie. Uitgebreide service. 

logo-peaks
  • Save

Passief

Met deze app (die niet voor élke bank beschikbaar is, maar wel veel) kan je automatisch je wisselgeld laten beleggen. 

logo-but
  • Save

Actief

Bux was oorspronkelijk vooral voor speculeren (met hun CFD-aanbod), maar sinds BUX Zero kan er ook gewoon belegd worden, zonder commissie.

Tot Slot

Dit artikel is bedoeld een bondig overzicht van alles wat je nu zou kunnen willen weten over beleggen. Dit is de basis. Het belangrijkste punt dat je ervan moet meenemen is dat het lang niet zo eng is als je aanvankelijk misschien denkt. Er zijn veel verschillende benaderingen van het beleggen die allemaal een ander risico met zich mee brengen. Sommige opties zijn gevaarlijker dan anderen, maar er is voor iedereen wat.

Wil je nou meer weten over beleggen, kijk dan nog even rond op deze site. Je kan je ook inschrijven voor de nieuwsbrief. Zo wordt je gelijk op de hoogte gebracht van de nieuwste artikelen en andere relevante berichten. Ook kan je Het Slimme Geld volgen op Instagram!

Nieuwsbrief

Geef een reactie

Share via
Copy link
Powered by Social Snap