1 – Passief Beleggen

Oké dan, stap 1: Passief Beleggen! Tot nu toe hebben we al redelijk veel behandeld. We zijn begonnen bij het aanpakken van de persoonlijke geldstromen en hebben geld vrij gemaakt dat we kunnen laten groeien. Daarnaast zijn we er ook achter gekomen dat het belangrijk is om onze emoties buiten spel te houden, dus we hebben de belangrijkste geldstromen geautomatiseerd. Maar de vraag wordt nu: waar gaan we dat overgehouden geld in stoppen? Een huis? Een aandeel van Shell, of AholdDelhaize? Misschien moeten we het maar in obligaties steken, die zijn immers veiliger, toch? Of is Bitcoin niet wat, daar heeft iedereen het toch over? 

Het is begonnen, we zijn nu aangekomen bij Beleggen (ja, met een grote B. Die hopelijk steeds kleiner wordt).

In deze stap leren we over de manier van beleggen die het minst van onszelf vraagt. Het is een benadering waarbij we geen experts hoeven te zijn over de financiële markten en waarbij we geen uitvoerig onderzoek hoeven te doen. In dit onderdeel van de serie gaat het over passief beleggen: een vorm van beleggen waarbij een set it and forget it-mentaliteit onze beslissingen bepaalt. De kern van passief beleggen is dat je zelf zo weinig mogelijk doet. Het enige wat jij hoeft te doen is een account openen bij een beleggingsinstelling (waarover later meer) en een automatische overboeking in te stellen. That’s it! Passief beleggen betekent dus dat je je geld automatisch laat beleggen en dat je er eigenlijk niet meer naar omkijkt: je laat het lekker zijn werk doen.

De vraag is nu: welke opties hebben we om passief te beleggen? In dit deel behandel ik alle mogelijke vormen van passief beleggen die ik ben tegengekomen in de literatuur die ik gelezen heb. Het is mij opgevallen dat al deze opties grofweg in een van twee categorieën passen: “half-passief beleggen” en “volledig passief beleggen”. Het verschil tussen de twee is hoeveel menselijke energie er gevraagd wordt bij het uitvoeren van de beleggingen. In het geval van half-passief beleggen geef je je geld aan een financieel expert die gaat actief op zoek gaat naar de beste belegging waarbij hij of zij de markt probeert “te verslaan”, terwijl je bij volledig passief beleggen nauwelijks onderzoek hoeft te doen of te laten doen: je “volgt” simpelweg de markt. Door sommigen wordt wat ik “half-passief” beleggen noem eerder geclassificeerd als “actief” beleggen, aangezien wij nog steeds de beleggingsfondsen moeten kiezen, maar het is nog steeds niet helemaal actief aangezien wij niet de daadwerkelijke aandelen en obligaties kopen of kiezen, vind ik.

Voor dat we verder gaan even een korte herhaling. Ons doel was om een zo hoog mogelijk rendement te behalen, dat relatief stabiel was (zie: 0 – De Bedoeling). Om dat doel te bereiken moeten we naar twee dingen kijken als we een mogelijke belegging onderzoeken: het risico en het rendement. Op die volgorde. We volgen deze volgorde vanwege een andere beroemde les van Het Orakel uit Omaha: “Rule No. 1: Never lose money. Rule No. 2: Don’t forget Rule No. 1“. Hiermee bedoelt Buffett dat je altijd als eerste moet kijken naar hoe je je geld kunt verliezen, en hoe plausibel het is dat dit gebeurt. Als je alleen maar let op het mogelijke rendement raak je verblindt voor de risico’s. Dus, risico’s eerst. Daarnaast is het risico het engste aan beleggen, dus als we aan kunnen tonen dat de risico’s niet zo groot en eng zijn als gedacht dan hebben we gelijk het grootste probleem van beleggen aangepakt.

Bij dit deel van de serie zal ik niet per kandidaat-belegging gaan onderzoeken wat het risico is, want de strategieën zijn bij Passief Beleggen voor elke belegging hetzelfde: spreiden over beleggingen (diversificatie) en spreiden over tijd (dollar-cost averaging). In deze stap onderzoeken we wat risico precies is en wat we er tegen kunnen doen.  We zullen zien dat het bepalen van wat risico is, en wat het níet is, ervoor zorgt dat we gemakkelijk een anti-risico-strategie kunnen vinden.

Als dat gelukt is kunnen we naar het spannende deel gaan: hoe goed presteert deze kandidaat-belegging? Daarbij stellen we ons de vraag: wat is het gemiddelde jaarlijkse rendement? Dat is wat we immers het liefst willen weten. We zullen in deze stap dus onderzoeken welke rendementen verwacht kunnen worden in elk van de vier categorieën (Beleggingsfondsen, Vermogensbeheer, Indexfondsen, ETF’s). Daarbij zullen we ook goed moeten kijken naar de (verborgen) kosten van elk onderdeel.

In het laatste deel kunnen we als het goed is beide ontdekkingen samenvoegen en weten we waar we op moeten letten bij het onderzoeken van verschillende beleggingen. Zo kunnen we een conclusie trekken die volgt uit logica en rekenkunde, geen magie, en waar we ons zeker bij voelen. Als het goed is zijn we aan het eind van deze stap een gigantisch deel van onze angsten over beleggen kwijt en hebben we zin om gelijk aan de slag te gaan. Om het ons zo gemakkelijk mogelijk te maken zal ik daarom gelijk een aantal belangrijke spelers en informatiebronnen opsommen: waar kun je die beleggingen vinden en waar vind je de informatie om ze te kunnen beoordelen?

Navigatie

Klik op de onderdelen om naar het betreffende deel van deze pagina te gaan.

  1. Beleggingsfondsen
    1. Wat is het?
    2. Is het wat?
  2. Vermogensbeheer
    1. Wat is het?
    2. Is het wat?

Klik op de onderdelen om naar het betreffende deel van deze pagina te gaan.

  1. Indexfondsen
  2. ETF’s/Trackers

Risico's

Wanneer we gaan beleggen willen we natuurlijk geen geld verliezen. Dat is precies het tegenovergestelde van wat we pogen te bereiken. Het is daarom belangrijk dat we ons eerst concentreren op het voorkomen hiervan. Het is natuurlijk niet mogelijk om 100% van de tijd geen cent te verliezen, zelfs Buffett heeft in zijn leven geld verloren, maar dat is ook niet de gedachte achter Buffett’s twee regels (zie een paar alinea’s hierboven). Hoe ik die beroemde uitspraak begrijp is dat je ervoor zorgt dat je zonder angst een belegging aangaat. Als je de risico’s kent ben je veel minder vatbaar voor geldverlies, en hoef je minder bang te zijn om een belegging aan te gaan. En dat is waar we dit deel aan gaan besteden: het leren kennen van de risico’s, zodat onze “verlies-aversie” ons niet in de weg zit.

Wat is ‘risico’ eigenlijk als we het over beleggen hebben? Wanneer we over financieel risico spreken, praten we allereerst over de mogelijkheid dat we ons geld, of een deel ervan, verliezen. Ten tweede spreken we bij financieel risico ook over de mogelijkheid dat onze inleg minder waard wordt. Dit lijkt misschien hetzelfde, maar dat is het niet. Het verschil zit hem in je cash: wat er in je portemonnee zit en wat er op je betaalrekening staat. Als je belegging minder waard wordt heb je in principe namelijk nog geen geld verloren. Dat gebeurt pas op het moment dat je die belegging tegen die prijs verkoopt en omzet naar cash. Beide zijn natuurlijk niet wenselijk, maar het is goed om hier alvast bewust van te zijn. Je échte verlies lijd je pas als je je beleggingen verkoopt.

Dit is ook een belangrijke scheiding in hoe we het begrip ‘risico’ benaderen. Bij elke belegging moeten we ons afvragen hoe we ons geld daadwerkelijk kwijt raken, het worst-case scenario zeg maar, en hoe de waarde van onze belegging af kan nemen. Het grootste gevaar in beleggen is namelijk dat we 100% van onze inleg kwijt raken (of meer, zoals kan gebeuren bij allerlei derivaten en leveraged investments, waar belegd wordt met geleend geld) en dat is wat we ten allen tijden moeten proberen te voorkomen (en dát is precies wat Buffett bedoelde). Maar naast dit extreme geval, het maximale verlies, zijn er natuurlijk ook nog waardeschommelingen. We zullen ons dus twee dingen afvragen bij het onderzoeken van risico:

  1. Wat moet er gebeuren zodat we ál onze inleg verliezen en hoe waarschijnlijk is het dat dit gebeurt?
  2. Welke dingen kunnen ervoor zorgen dat de waarde van onze beleggingen afneemt en hoe waarschijnlijk is het dat dit gebeurt?

Wat zo eng is aan het verliezen van geld, of het minder waard worden van ons vermogen, is dat we in financiële problemen dreigen te raken. We zijn bang dat we straks onze huur of boodschappen niet meer kunnen betalen omdat we geld hebben verloren met een verkeerde belegging. Dat maakt de verlies-aversie zo sterk: onze levensdrang. Dit is gelukkig echter een risico, of een gevolg van risico, dat makkelijk te verwijderen is. De oplossing is een van de weinige dingen waar vrijwel alle beleggingsexperts van alle verschillende benaderingen het over eens zijn: beleg niet met geld waarvan je je niet kan veroorloven dat je het kwijt raakt. Je belegt met geld dat je over hebt, niet met geld dat je nodig hebt. Het is een simpele oplossing die soms over het hoofd gekeken wordt. In tijden van hebzucht, waar alles enorm voor de wind lijkt te gaan en iedereen alleen maar rijker wordt, gebeurt het namelijk dat mensen de verleiding niet kunnen weerstaan om een zo groot mogelijk deel van hun vermogen in te zetten. Mensen lenen bij om te beleggen, gebruiken hun spaarrekening voor noodgevallen, etc. Vervolgens komt er een einde aan de euforie en zijn ze niet alleen hun belegging kwijt, maar ook hun spaargeld en zitten ze met een dubbele hypotheek.

Anti-risico strategie 1 is dus: beleg met geld dat je over houdt, na in je dagelijkse behoeften te hebben voorzien, en nadat je een (of meerdere, afhankelijk van je eigen situatie) spaarbuffer hebt opgebouwd.

Nu kunnen we verder. Als we het hebben over risico’s bij het beleggen, dan moeten we ons, volgens Buffett, dus afvragen hoe we geld kunnen verliezen. Laten we eens kijken hoe dat kan bij elke beleggingscategorie:

1. Hoe kunnen we al ons geld kwijtraken?

Het ergste wat er kan gebeuren als je belegt is dat je je volledige inleg kwijtraakt. Je kan je huis

Hoe kan dit nou gebeuren? Welke mogelijke scenario’s zijn er dat je al je geld kwijtraakt? Er zijn verschillende antwoorden op deze vraag te geven, die allemaal afhankelijk zijn van de beleggingscategorie. 

Geld verliezen is een van de grootste obstakels als het aankomt op beleggen. Mensen willen hun geld niet verliezen, wat een erg goed instinct kan zijn. Dit fenomeen staat bekend als verlies-aversie (“loss-aversion“), als eerste ontdekt door Amos Tversky en Daniel Kahneman (waarvoor Kahneman, auteur van o.a. Thinking, Fast and Slow, in 2002 de Nobelprijs voor economie ontving). Verlies-aversie houdt in dat het verlies van iets zwaarder weegt op onze ervaring dan het verkrijgen van iets: “losses loom larger than gains“.

Die angst voor geld-verlies is dus gezond, maar kan ons ook enorm in de weg staan. Het zorgt er natuurlijk voor dat we van nature al voorzichtiger zijn aangelegd, maar het kan ons ook overdreven voorzichtig maken. Zodanig dat het schadelijk wordt. De eerste manier waarop deze verlies-aversie ons in de weg staat is dat we ons niet wagen aan beleggen. 

Half-Passief Beleggen

Beleggingsfondsen

Wat is het?

Als je niet goed weet hoe beleggen werkt, maar je wil toch “meedoen”, dan kan je je geld te stoppen in een beleggingsfonds dat gerund wordt door iemand anders. Een fondsbeheerder neemt dan je geld aan en bepaalt welke aandelen of obligaties een goede keuze zijn en koopt of verkoopt dan die stukken. Het is de taak van de fondsbeheerder om een zo hoog mogelijk rendement te halen, wat namelijk ook het hele idee is van beleggen. 

Een fondsbeheerder doet dit natuurlijk niet puur en alleen voor eigen vermaak. Er moet ook wat tegenover staan. Fondsbeheerders verdienen hun geld door een vergoeding of commissie te vragen over het belegde vermogen (een fee). Meestal betreft dit ergens tussen de 1% en 3%. Deze beheerders verdienen dus geen geld als hun fonds succesvol is of niet, ze verdienen geld ongeacht wat de prestatie van het fonds is. Ze hebben geen direct voordeel als hun fonds goed presteert, maar hebben ook geen direct nadeel als dat fonds slecht presteert. Wel kunnen de indirecte gevolgen van grote invloed zijn. Als het fonds vaak slecht presteert, dan zal het fonds waarschijnlijk opgeheven worden en kan de beheerder zijn baan kwijt raken. Als het tegenovergestelde gebeurt en het fonds behaalt een goed rendement jaar na jaar, dan zal het waarschijnlijk nieuwe beleggers aantrekken en groeien in omvang. 

Beleggingsfondsen komen er in allerlei soorten en maten. Ze kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op één bepaalde industrie (allemaal technologiebedrijven), of op een geografische locatie (Nederland, Europa, of de hele wereld), of een combinatie hiervan, of iets heel anders: sommige fondsen richten zich bijvoorbeeld alleen op ‘groene’ aandelen waarbij milieuvriendelijkheid en/of duurzaamheid de hoofdrol speelt. 

 

Is het wat?

Om een beleggingsfonds te beoordelen op haar prestatie wordt er gebruik gemaakt van een zogenaamde benchmark, een lat als het ware. Die benchmark, vaak een index van een markt, zorgt voor vergelijkingsmateriaal. Je kunt immers iets niet op waarde schatten als je geen idee hebt wat de context is. Aangezien er nu een nieuwe term de hoek om komt kijken is het verstandig eerst even stil te staan bij wat “index” betekent. Het is tenslotte slim om te begrijpen wat de lat precies is, willen we hem goed kunnen gebruiken.

In een kapitalistische samenleving, zoals Nederland, de Europese Unie, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk…eigenlijk zo’n beetje alle moderne samenlevingen, bestaan bedrijven. Deze bedrijven verkopen een product of een dienst en verdienen zo geld. Het idee van een bedrijf is dat ze groeit: de omzet verhoogt en de omvang van het bedrijf wordt groter. Een index is een bepaalde verzameling van de grootste bedrijven (meestal uit één land of continent of iets dergelijks) en volgt de groei van deze bedrijven. Niets meer. Een index laat dus eigenlijk zien hoe de industrie zich heeft ontwikkeld in de afgelopen periode: zijn de bedrijven gegroeid, en zo ja: met hoe veel?

Als we een beleggingsfonds dus willen beoordelen kijken we in eerste instantie naar het rendement, en leggen dat naast de prestatie van een index. Laten we een voorbeeld nemen: het beleggingsfonds Fancyguys Gold Aggressive. Dit is een beleggingsfonds dat voornamelijk investeert in Nederlandse aandelen. Fancyguys Gold Aggressive heeft de afgelopen 10 jaar elke 5 jaar een rendement behaald van gemiddeld 5,5%. Aangezien Fancyguys Gold Aggressive in Nederlandse bedrijven belegt, is het dus slim om eens te kijken naar wat die bedrijven hebben gedaan. Daarvoor kijken we naar de AEX-index, een index die de 25 grootste bedrijven volgt. In diezelfde periode steeg de AEX met gemiddeld 9,74% per jaar.

We zien dat dit fonds dus eigenlijk ‘ondergepresteerd’ heeft. De AEX behaalde een gemiddeld 5-jaarlijks rendement dat meer dan 4% hoger lag. Dit is natuurlijk een fictief voorbeeld, maar de manier van beoordelen is niet anders dan die van een echt beleggingsfonds. En dat is waar we eigenlijk naar op zoek waren: hoe beoordeel je een fonds? 

Waar vind ik ze?

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Vermogensbeheer

Wat is het?

Wil je echt helemaal niets te maken hebben met je beleggingen en is het kiezen van een beleggingsfonds teveel werk, dan is er vermogensbeheer in het leven geroepen. Dit is de meest intensieve vorm van half-passief beleggen aangezien je bij vermogensbeheer je gehele vermogen toevertrouwt aan een (of een handvol) andere personen. Zij kiezen voor jou de beleggingsfondsen waarin het geld gestoken wordt. Je maakt afspraken met een vermogensbeheerder over waar het geld in gestoken mag worden en hoe makkelijk je er zelf bij kan, of hoeveel invloed je zelf hebt bij aan- en verkoopbeslissingen.

Net als bij beleggingsfondsen werken ook vermogensbeheerders middels een beheerfee: een vergoeding in procenten van het belegde vermogen. Zij krijgen dus ook geen extra vergoeding als de waarde van het vermogen stijgt of daalt. Ze krijgen alleen meer of minder omdat de gehele taart groter of kleiner wordt.

Over vermogensbeheer kunnen we dus eigenlijk heel kort zijn, it’s all in the name

Is het wat?

Vermogensbeheer is eigenlijk voornamelijk bedoeld voor grote vermogens (€100.000,- of meer). Aangezien het veel werk is voor de beheerder om een persoonlijk vermogen van één iemand te beheren, moet er iets meer tegenover staan in termen van absolute euro’s. Hoe hoger het vermogen, hoe hoger de vergoeding. Maar niet elke vermogensbeheerder hanteert tegenwoordig nog zo’n hoge drempel, zeker nu de spaarrente zo laag staat en vermogensbeheerders met elkaar concurreren om ons spaargeld. Er zijn vormen van vermogensbeheer waarbij de instapgrens ligt op slechts €100,-. 

Waar vind ik ze?

Volledig Passief Beleggen

Indexfondsen

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

ETF's / Trackers

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Aan de Slag!

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Onze voortgang
Copy link
Powered by Social Snap