Stap 1: Bepaal Waar Je Bent.

person-holding-map
  • Save

Zoals we in de inleiding hebben gelezen willen we graag onze financiën op orde krijgen om ons leven aangenamer te maken. Nu zijn we misschien nog op het niveau “aan het einde van je geld een beetje maand over houden” (Loesje), maar dat gaan we veranderen.

Voordat we iets kunnen veranderen aan onze financiële situatie, moeten we natuurlijk eerst weten hoe die er nu voor staat. Het is net kaartlezen: 1) “waar ben ik nu?”, 2) “waar wil ik heen?”, 3) “hoe kom ik daar?”. First thing first, dus.

Gelukkig is dat voor onze financiën (met internetbankieren en alles) tegenwoordig best wel makkelijk te regelen. Via je online bankomgeving (en andere handige apps, waarover later meer) kan je snel inzien waar je geld vandaan komt en waar het heen gaat.

In deze stap gaan we dus een persoonlijk “kasstroomoverzicht” opzetten. Geen zorgen, een diploma in accountancy is hier niet nodig, dus je mag die massive online open course weer afsluiten.

Categorieën maken

Een belangrijk onderdeel van het opstellen van een kasstroomoverzicht (misschien wel de essentie van zo’n overzicht) is het categoriseren van je inkomsten en uitgaven.

Zo’n overzicht opstellen is duidelijk een kwestie van ‘meten is weten’. Maar meten is pas weten als je ook weet wat je meet.

  • Save

De vraag is dus: wat willen we meten? Aangezien het de bedoeling is dat ons geld ons leven leuker maakt is dat dus het volgende: hoeveel geld hebben we nodig om ons leven leuk te maken?

Om daarachter te komen moeten we onze uitgaven dus even “uit elkaar halen”, d.w.z: in groepjes verdelen. Voor de meeste mensen gelden ongeveer dezelfde groepjes.

We zullen eerst eens door de inkomsten-kant van het verhaal lopen.

Inkomsten

Hier vullen we alle inkomsten in die uit werk komen (logischtoch, jatoch).

Inkomen uit werk bestaat dus vaak uit salaris, maar je kan hier bijvoorbeeld ook denken aan een inkomen uit jouw onderneming of (eenmalige) vergoedingen voor een geneesmiddelenonderzoek.

Om erachter te komen of een bepaalde inkomstenbron in deze categorie valt, kan je een kijkje nemen bij de Belastingdienst. Daar hebben ze ook wat voorbeelden opgesomd die voldoen aan “inkomsten uit werk”.

Zolang het basisinkomen nog een utopische gedachte is i.p.v. een realiteit, bestaat het “web van toeslagen” nog steeds. Het kan dus zijn dat je ergens een toeslag voor ontvangt (of kunt ontvangen: ga snel even checken!).

Als jij een van de vier toeslagen (huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag of kindgebonden budget) ontvangt, noteer dat dan in deze categorie.

Zijn er nog andere inkomstenbronnen? Die gaan hier. Denk aan een ouderbijdrage bijvoorbeeld (#goedgeboren), uitbetaling van de couponrente van een obligatie of dividend op aandelen.

Okee, dan. De inkomsten zijn behandeld. De eenvoudige kant van het overzicht is nu klaar.

Dan is het nu tijd om te kijken naar een wat gecompliceerder, maar misschien wel belangrijker, deel van ons overzicht: de uitgaven. Over het algemeen zijn de meeste uitgaven te verdelen over deze vier hoofdcategorieën:

Uitgaven

Hier gaan alle uitgaven die ons in staat stellen te kunnen leven. Deze kosten zijn immers noodzakelijk: je kunt ze niet zo snel uit de weg gaan (behalve wanneer je graag op stukje land langs de A4 woont in je camper en eigen eten verbouwt en je eigen energie opwekt misschien).

Denk bij noodzakelijke kosten aan:

– je huur/hypotheek (een dak boven je hoofd)

– je gas/water/licht/internet/mobiele telefoon (oftewel: een werkende woning onder dat dak, waar internet tegenwoordig wel bij hoort)

– transportkosten (je kunt niet altijd en overal naartoe lopen of liften…)

– verzekeringen (eerlijk: hoe fijn is het om verzekerd te zijn tegen medische ongevallen? Vriendelijke knipoog naar de V.S. …)

– je boodschappen (eten, drinken, douchen, huishouden: allemaal noodzakelijk)

– overig (denk bijvoorbeeld aan de kapper of nieuwe kleding)

Sparen is eigenlijk niets anders dan onszelf betalen. Wanneer we sparen doen we niets meer dan geld geven aan onze toekomstige zelven. 

Deze categorie gaat voor onze luxe categorie, zodat we ervoor zorgen dat niet al onze zuurverdiende centen direct vertrekken naar de zakken van andere mensen. We willen ook zelf wat houden, wíj hebben er namelijk voor gewerkt.

In personal finance-land wordt daarom het credo “pay yourself first” vaak evangelisch verkondigt, een tip uit Robert Kiyosaki’s klassieker: Rijke Pa, Arme Pa.

Zoals je straks (bij “De valkuil van categoriseren”) kunt lezen is het slim om verschillende spaarpotjes te maken, voor verschillende doelen. Denk aan bijvoorbeeld potjes voor je zomervakantie, reparaties, de aanbetaling van een koophuis, etc.

Aangezien sparen zo bar weinig oplevert tegenwoordig, is het ook verstandig om een deel van je geld te beleggen. 

Ook al zou sparen wél wat opleveren, dan is beleggen nog steeds een slimme tactiek. Beleggen (of eigenlijk: investeren) gaat namelijk over ons geld voor ons laten werken i.p.v. andersom (en dat is facking chill).

Om ons beleggingsrisico te beperken is het slim om elke maand een vast bedrag weg te zetten. Deze tactiek staat bekend als “dollar-cost averaging“. Onze inleg wordt zo gespreid over de tijd. 

Meer over beleggen, dollar-cost averaging en dergelijke kan je hier lezen: Beleggen 101: Alles wat je nu wil weten over beleggen.

En dan nu, de categorie waar het ons allemaal om te doen is: uitgeven! Dolla dolla bills y’all!

  • Save

In deze categorie staan alle dingen die het leven leuker maken. Deze categorie bestaat uit twee delen: onze vaste abonnementen en alles wat er daarna over blijft.

Denk bij abonnementen aan je Netflix- of Spotify-account, of het betalen voor de Groene Amsterdammer die iedere week in de bus ligt.

Daarnaast blijft er, als het goed is, nog wat over om iets leuks mee te doen. Stappen, boeken kopen, gamen, een plaat halen op Record Store Day, uit eten gaan; dit zijn allerlei luxe-uitgaven die in deze categorie komen.

Hoe deze categorie er precies uit gaat zien komt later nog aan bod. 

Het framework voor onze categorieën staat nu. Wat we nu hebben neergezet is een grove schets en omvat vooral de hoofdcategorieën. Tijdens het invullen ervan kan het zo zijn dat we nog andere categorieën ontdekken, maar we crossen die bridge wel als we get there, ja?

Die categorieën kunnen we nu mooi in een overzichtelijk Excel-bestandje zetten (psst: ik heb er eentje gemaakt die je zelf kunt invullen. Die kan je via deze link downloaden).

Er zijn ook allerlei apps en technologische handigheidjes die hierbij kunnen helpen, als je geen Excel-master bent. Een handig lijstje van zulke hulpmiddelen vind je hier.

Veel van dit systeem is gebaseerd op het klassieke “envelop-systeem” wat ook behandeld wordt door o.a. Sethi en Lowry (zie kader hieronder). Dat systeem houdt in dat je verschillende ‘envelopjes’ maakt voor verschillende doelen waar je je inkomen over verdeelt. Denk bijvoorbeeld aan een envelop voor ‘stappen’ of een envelop genaamd ‘interieur’, waar je dingen voor je huis van koopt. Dat systeem is heel handig, maar heeft ook zijn valkuilen.

In Geld en Gedrag (Dollars and Sense, oorspronkelijke titel) neemt Dan Ariely ons mee in de wereld van behavioral finance, een wetenschappelijke discipline over de verbinding tussen psychologie en geld. Ook dit envelopjes-systeem wordt vrij letterlijk behandeld onder de noemer “mentale boekhouding” (“mental accounting”).

  • Save

Een gevaar van dit systeem is dat we zóveel envelopjes kunnen bedenken en creëren, dat we er niet aan gaan beginnen om het toe te passen. Het kan al snel heel overweldigend voelen en dan wordt het té moeilijk. En dat is hartstikke contraproductief.

Wat Ariely dan ook adviseert is om slechts in kleine mate gebruik te maken van dit “compartimentaliseren”. Hij raadt aan één grote betaalrekening maken waar je vervolgens al je leuke uitgaven van doet, in plaats van een ‘reizen’-, ‘eten’-, ‘entertainment’- en ‘spullen’-envelopje te maken. 

In het geval van uitgeven is het dus niet slim om eindeloos maar categorieën te verzinnen. Als we dat wel doen, dan nemen we een fundamentele kracht van geld weg: het feit dat het een vervangbaar goed is. We kunnen elke euro op honderdduuzend verschillende manieren uitgeven. Als we ze bij voorbaat al gaan reserveren voor verschillende groepjes, dan kan het voorkomen dat we “geen geld hebben” voor een bepaald doeleinde, terwijl we dat wel hebben.

Nou zouden we kunnen zeggen: nou dat gebruiken we toch wat van ‘spullen’ zodat we wél met onze vrienden effe een biertje kunnen drinken? Dat zou kunnen, maar dan doen we precies het tegenovergestelde van waar dat envelop-systeem nou voor bedoeld is: bepaald geld voor één doel gebruiken. 

In het geval van sparen is compartimentaliseren wél een erge goede strategie. De consensus in de wereld van persoonlijke financiën is dat je veel makkelijker spaart als je ergens voor spaart. Als je voor Lowlands 2020 wil sparen lukt dat veel makkelijker dan als je ‘gewoon spaart’. 

Als we dus effectiever willen sparen kunnen we beter wel doelen stellen en envelopjes creëren. 

Categorieën invullen

Als ons framework eenmaal staat, wordt het tijd om het in te gaan vullen.

Het belangrijkste is dat we eerlijk zijn bij het invullen van deze categorieën en dat we zo accuraat mogelijk werken. Dat lijkt makkelijk, maar kan bijvoorbeeld tricky zijn bij de categorie ‘noodzakelijke lasten’. 

‘Noodzakelijk’ is namelijk een flexibel begrip: wat écht nodig is, levert soms een onrealistisch bedrag op. We kunnen dus bij elk geval het beste ons eigen oordeel gebruiken. Boodschappen doen bij de lokale delicatessenzaak is bijvoorbeeld een twijfelgeval: het is misschien noodzakelijk om eten te hebben, maar dat kan ook goedkoper. 

Tijdens het invullen kunnen we sommige lasten makkelijk bepalen: daar is vaak een automatische incasso voor of iets dergelijks. Door simpelweg je online bankrekening te bekijken, kun je zien welke afschrijvingen er elke maand terug komen en hoeveel die bedragen. 

Andere uitgaven (zoals boodschappen) wisselen elke maand. Je geeft nooit elke maand precíes evenveel uit aan boodschappen. De makkelijkste manier om erachter te komen hoeveel je daar per maand aan kwijt bent is om een gemiddelde te berekenen op basis van oudere bankafschriften.

Zo kan je bijvoorbeeld het overzicht van de afgelopen 6 maanden erbij pakken op zoek gaan naar alle afschrijvingen met omschrijvingen als “Albert Heijn”, “Jumbo”, “Lidl”, “Etos”, etc. Die tel je allemaal bij elkaar op en vervolgens deel je dat resultaat door 6. Op die manier krijg je een mooi gemiddelde. Rond dat wat ruim af naar boven, en je zit veilig.

  • Save
Hoewel dit natuurlijk de “makkelijkste” manier is om dit bedrag te vinden, is deze niet volledig accuraat. Het is daarom handig om een voorstel uit Erin Lowry’s Broke Millennial eens uit te voeren: “Penny-tracking“.

Het idee hier is dat we gedurende een bepaalde periode (tussen de 2 weken en 3 maanden) élke cent bijhouden die we uitgeven. Dit kan in een app, via je online bankomgeving, in een notitieboekje (fysiek of digitaal), of in een Excel-sheet. Zo kunnen we precies zien hoeveel we nou écht uitgeven aan bepaalde dingen. 

Bij penny-tracking is het belangrijk dat we er zo goed mogelijk voor zorgen dat we álle uitgaven meenemen (ook degenen die met cash worden betaald).

Laten we vooral niet doen of we alwetend zijn: het leven zit vol verrassingen. Om daar mee om te gaan is het slim om een ‘onvoorzien’- of ‘buffer’-categorie te maken. 

Laten we zeggen dat we zo’n 10 á 15% optellen bij de categorie voor noodzakelijke lasten, just to be safe. Dat percentage is natuurlijk ook uit te lucht gegrepen en is ook bedoeld als startpercentage. Naar loop van tijd weten we steeds beter hoeveel we gemiddeld écht nodig hebben en kunnen we de buffer daarop aanpassen.

Deze buffer is daarnaast ook bedoeld om uitgaven op te vangen die we niet aan zagen komen (de kat wordt ziek, ofzo) of die op jaarbasis worden afgeschreven i.p.v. maandbasis.

Ook in financiën geldt: veiligheid voorop! Oh wat zijn we toch verantwoordelijk bezig!

  • Save

En door!

Als het goed is weten we nu precies hoe we er financieel voor staan!

Dat betekent dat we de eerste stap op weg naar financiële controle hebben gezet. Nu we weten waar we zijn wordt het tijd om te bepalen waar we heen willen. Dat is precies waar stap 2 op is gericht. 

Without further ado, laten we doorgaan!

Copy link
Powered by Social Snap